Bijscholing en PE-punten
Permanente educatie binnen het register
Door Permanente Educatie kan een A&O-deskundige zichzelf inhoudelijk dan wel als professional ontwikkelen.
Net zoals bij andere bijscholingsprogramma’s geldt hier een periode en een urenbesteding.
Per vijf jaar is 120 uur PE-bijscholing verplicht. Eén PE-punt staat gelijk aan 1 uur.
Geen dubbel werk
De certificatie van A&O-deskundigen moet zorgen voor een goede tussenweg bij het rommeltje van PE-systemen.
Zo is er het PE-systeem van de A&O-beroepsvereniging, die van de OoA, van de LVV en daarnaast ook alumni-groepen die kijken naar extra mogelijkheden van hun eigen opleiding. En daarnaast heb je natuurlijk de KIWA-eisen of Hobeon voor gecertificeerde A&O-ers.
De tussenweg: uiteraard moet een A&O-er zelf zorgen voor zijn PE-punten. Hij/zij kan daar de punten die ten behoeve van een van de bovengenoemde PE-systemen zijn behaald meenemen. Geen dubbel werk dus!
Er zijn wel een aantal eisen:
- Intervisie
- Een eis die voor iedereen geldt is: intervisie.
- De eis is dat de A&O-deskundige minimaal 2 keer per jaar meedoet aan intervisie in een intervisiegroep van minimaal vier en maximaal 9 mensen.
- Het meest handig is als een groep deskundigen gezamenlijk een permanente intervisie-groep inricht.
- De eisen zijn ook preciezer. Intervisiegroepen zijn bedoeld om actuele dilemma’s rond kennis, trends, casussen of ontwikkelingen met elkaar te bespreken en daarvan te leren.
- Een deelnemer dient minimaal eens per 2 jaar een eigen casus in te brengen.
Eisen t.a.v. intervisie groepen:
- De groep moet uit minimaal 4 en maximaal 10 mensen bestaan.
- De namen en emailadressen van de deelnemers moeten worden genoemd.
- Er moet een agenda zijn en een kort verslag.
- De intervisiegroep moet beschikken over een contact-email-adres.
Per intervisiebijeenkomst gelden 3 punten.
Bijscholing
Daarnaast is een veel gebruikte methode: meedoen aan cursussen, leerbijeenkomsten of opleidingen (kort of langer).
Eisen:
- Het moet gaan om bijscholing door erkende opleidingsinstellingen of (beroeps)verenigingen (de eigen werkgever telt dus niet mee).
- Het aantal PE-punten moet tevoren bekend zijn.
- Het meest handig is natuurlijk een bewijs van deelname.
Overige PE-mogelijkheden.
Er zijn heel veel alternatieven.
Kenmerkend daarvoor is de eigen inzet:
- Het schrijven van een artikel of een boek
- Een optreden
- Meedoen aan een kennis-ontwikkelingsproject buiten het eigen werk
Enz enz.
Essentieel is de goede beschrijving inclusief de aantoonbaarheid.
Bijzondere eis tbv de certificatie.
Hierin volgen we de certificatie-eis van de bedrijfsartsen.
De NVAB zegt: dat je leert door bezig te zijn met je vak geloven we wel.
Maar daar moet iets bij:
Tbv de certificatie schrijft de A&O)-er (na vijf jaar, aan het begin is dat niet nodig) een beargumenteerd persoonlijk ontwikkelingsplan of een beschouwing over de trends in zijn/haar toekomstig werk.
Dit hoeft niet erg uitgebreid te zijn (denk aan 3 tot 5 bladzijden) maar er worden wel eisen gesteld aan het niveau van de argumentatie (Post-HBO-niveau).
Documenten
Voor het bijhouden van PE-activiteiten kunnen de volgende documenten worden gebruikt:
-
overzicht PE-punten
-
verklaring deelname PE-activiteit
Deze documenten zijn hieronder te downloaden.