Wettelijke taken
Arbeids- en organisatiedeskundigheid in de Arbowet
De deskundigheid van arbeids- en organisatiedeskundigen heeft een basis in wetgeving, beroepsprofielen en professionele normen binnen het vakgebied Arbeid & Organisatiekunde.
Op deze pagina vind je de belangrijkste kaders die de deskundigheid van A&O-deskundigen beschrijven. Het gaat daarbij om de wettelijke eisen, het beroepsprofiel, het opleidingsprofiel en de gedragscode die richting geven aan professioneel handelen binnen het vakgebied.
Het beroepsprofiel en het opleidingsprofiel zijn beschikbaar via onderstaande links. De gedragscode voor A&O-deskundigen is op deze pagina volledig opgenomen.
Deskundigheidseisen op basis van de wet
Artikel 2.7 Arbobesluit – Deskundigheidseisen
1. Binnen een arbodienst zijn deskundigen werkzaam op het terrein van de arbeids- en bedrijfsgeneeskunde, de arbeidshygiëne, de veiligheidskunde en de arbeids- en organisatiekunde.
2. Een deskundige beschikt over voldoende deskundigheid en ervaring op een vakgebied als bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van het terrein van de arbeids- en bedrijfsgeneeskunde, indien hij in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid arbeidshygiëne, veiligheidskunde dan wel arbeids- en organisatiekunde, dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling.
Artikel 2.9. Arbobesluit – Functioneringseisen
1 Een arbodienst:
- vervult zijn taken met inachtneming van de stand van de wetenschap en van de professionele dienstverlening;
- adviseert inzake het voeren van een gestructureerd, systematisch en adequaat arbeidsomstandigheden en ziekteverzuimbeleid op een wijze die het meest bijdraagt aan de effectuering daarvan, waarbij met name rekening wordt gehouden met bijzondere groepen van werknemers en waarbij tevens binnen het bedrijf of de inrichting plaatsgevonden gebeurtenissen worden betrokken;
- onderkent en beoordeelt de gevaren, zowel van het technisch systeem als van de organisatie en het menselijk gedrag, waarbij tevens binnen het bedrijf of de inrichting plaatsgevonden gebeurtenissen worden betrokken;
- evalueert de dienstverlening;
- draagt zorg voor de continuïteit van de dienstverlening, en
- behandelt klachten over de dienstverlening.
2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het functioneren van de arbodienst.
Artikel 2.14a. – Taken deskundigen
1. Bij de taak, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de wet wordt bijstand verleend door een deskundige die in het bezit is van tenminste een van de certificaten, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, of door een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet.
2. Bij de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van de wet wordt bijstand verleend door een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet.
3. Ten aanzien van de deskundigen en bedrijfsartsen zijn de artikelen 2.9, 2.11 en 2.12 van overeenkomstige toepassing.
Gedragscode arbeid- en organisatiedeskundigen
- Algemeen
1.1 De A&O-deskundige neemt bij zijn werkzaamheden de zorgvuldigheid van een goed opdrachtnemer in acht en gedraagt zich zodanig dat het vertrouwen in zijn beroep niet wordt geschaad.
1.2 De A&O-deskundige houdt zich bij zijn beroepsuitoefening aan de (Arbo)wet en aan deze gedragscode.
- Onafhankelijkheid
2.1 De A&O-deskundige stelt zijn opdrachtgever in kennis van de inhoud van degedragscode.
2.2 De A&O-deskundige is loyaal aan zijn opdrachtgever. Het zet zijn kennis, ervaring en vaardigheden in zonder zijn professionele onafhankelijkheid prijs te geven. Hij aanvaardt geen opdracht indien hij niet in staat wordt gesteld tot een eigen onafhankelijk oordeel te komen en dit aan zijn opdrachtgever over te brengen. In de opdrachtuitvoering spelen alleen de belangen van de opdrachtuitvoering. Indien aan deze voorwaarden tijdens de uitvoering van de opdracht niet kan worden voldaan wordt de opdracht beëindigd.
2.3 De interne A&O-deskundige maakt met zijn werkgever afspraken over de wijze waarop aan artikel 2.2 tegemoet gekomen wordt.
- Opdrachtaanvaarding
3.1 Voorafgaand aan de opdrachtaanvaarding stelt de A&O-deskundige zich op de hoogte van de context, achtergronden en mandaat van de opdrachtgever. Daarnaast zorgt de A&Odeskundige voor duidelijke afspraken over de inhoud en uitvoeringsvoorwaarden.
3.2 De A&O-deskundige aanvaardt alleen opdrachten waartoe hij gekwalificeerd is.
3.3 Indien de opdracht niet kan worden uitgevoerd tengevolge van onjuiste informatie door opdrachtgever heeft de A&O-deskundige het recht de opdracht terug te geven op een voor de opdrachtgever zorgvuldige wijze. De A&O-deskundige heeft het recht de eventuele voor hem hieruit voortvloeiende schade bij de opdrachtgever in rekening te brengen.
3.4 Indien, door omstandigheden die de A&O-deskundige niet kunnen worden toegerekend, de opdracht niet volledig kan worden uitgevoerd heeft de A&O-deskundige het recht de opdracht terug te geven op een voor de opdrachtgever zorgvuldige wijze. De A&O-deskundige heeft het recht de eventuele voor hem hieruit voortvloeiende schade bij de opdrachtgever in rekening te brengen.
- De opdracht
4.1 De opdrachtomschrijving bevat afspraken over:
– De vraagstelling;
– De begrenzing van de opdracht;
– De in te zetten arbo-deskundigen en de aanwijzing van de projectleider;
– De aanpak en de te gebruiken methoden;
– De informatievoorziening naar relevante betrokkenen conform de Arbowet;
– De doorlooptijd, de fasering en de planning;
– Een kostenraming;
– De wijze van rapporteren inclusief de vertrouwelijkheid van de informatie;
– De eigendoms- en auteursrechten;
– De tijdige aankondiging van eventuele tijd- en budgetoverschrijdingen;
– De continuïteit van de opdrachtuitvoering.
4.2 Indien tijdens de uitvoering van de opdracht bijstelling van de gemaakte afspraken noodzakelijk is, vindt overleg plaats met de opdrachtgever teneinde de afspraken bij te stellen.
4.3 Indien door omstandigheden, die niet door de A&O-deskundige beïnvloed kunnen worden, de Organisatie opleiding A&O NAAW/ organisatie & opleidingreglement, versie 2010/145 opdracht belemmerd wordt heeft de A&O-deskundige het recht de opdracht neer te leggen op een voor de opdrachtgever zorgvuldige wijze. De A&O-deskundige heeft het recht de eventuele voor hem hieruit voortvloeiende schade bij de opdrachtgever in rekening te brengen.
- De opdrachtuitvoering
5.1 De A&O-deskundige voert de opdracht zodanig uit dat hij de effecten van zijn aanpak kan verantwoorden aan zijn opdrachtgever. De A&O-deskundige zal de opdrachtgever tijdig en duidelijk informeren over structurering, aanpak en voortgang van de opdracht.
5.2 De A&O-deskundige voert de opdracht naar beste vermogen uit, zonder vooraf garanties te geven over het te behalen resultaat.
5.3 De A&O-deskundige documenteert zijn bevindingen zodanig dat daarmee achteraf verantwoording kan worden afgelegd.
5.4 Opdrachten met een omvang van meer dan tien dagdelen worden afgesloten met een schriftelijke of mondelinge evaluatie met de opdrachtgever.
5.5 De A&O-deskundige streeft erna de rapportage met betrokkenen te bespreken.
- Discretie en geheimhouding
6.1 De A&O-deskundige betracht een redelijkerwijs te verwachten zorgvuldigheid ten aanzien van het gebruik van informatie, die in de adviesrelatie verkregen wordt.
6.2 Verstrekte informatie zal nooit tot de bron herleid kunnen worden zonder toestemming van de bron. De A&O-deskundige streeft erna groepsgegevens op een zodanige wijze te genereren dat ze niet herleidbaar zijn tot individuen.
6.3 De A&O-deskundige onthoudt zich van oordelen over personen, anders dan gerelateerd aan de functie die zij bekleden. Dergelijke oordelen worden vooraf getoetst bij de betrokken persoon en alleen gebruikt met toestemming van de betrokken persoon.
6.4 Slechts met toestemming van de opdrachtgever worden gegevens (behoudens bij wet geregeld) over de opdrachtgever of diens organisatie naar buiten gebracht, bijvoorbeeld in de vorm van publicaties over de opdracht en het verloop ervan.
- Medewerkers van cliënten
7.1 De A&O-deskundige neemt geen initiatieven om een medewerker van een opdrachtgever aan te bieden bij hem in de organisatie in dienst te treden.
7.2 Wanneer een medewerker van een opdrachtgever hiertoe zelf het initiatief neemt, zal de A&O-deskundige hem niet in dienst (laten) nemen, anders dan na nadrukkelijk overleg met de opdrachtgever.
- Financiën
8.1 De A&O-deskundige brengt het in de opdrachtomschrijving overeengekomen honorarium in rekening.
8.2 Het honorarium zal niet gebaseerd zijn op directe of indirecte effecten van de opdracht, tenzij deze effecten voor aanvang van de opdracht ondubbelzinnig zijn vastgesteld naar aard, omvang en realiseringsmoment.
- Klachten en klachtenregistratie
9.1 De A&O-deskundige stelt de opdrachtgever en de direct betrokkenen op de hoogte van de mogelijkheid tot het indienen van een klacht over het functioneren van de A&O-deskundige. Deze klacht kan zowel bij de A&O-deskundige zelf als bij de certificerende instelling worden ingediend. De certificerende instelling zal de klacht behandelen volgens haar geldende certificatiereglement.
9.2 De A&O-deskundige is verplicht een klachtenregistratiesysteem op te zetten en bij te houden.
9.3 De A&o-deskundige zal, wanneer daar om verzocht wordt, inzage geven van de aan hem gerichte klachten.
- Gevolgen bij niet naleving van de gedragscode
10.1 Niet naleven van de gedragscode kan leiden tot een schriftelijke waarschuwing, schorsing of verwijdering uit het register en intrekking van het certificaat.